ai content workflow

Je begint met schrijven aan een nieuwe blog. Ai-tool erbij en je begint de instructie te geven. Halverwege twijfel je, hadden we niet al iets vergelijkbaars live gezet? Het grote voordeel van AI-tools is dat je snel veel content optimaliseert, het nadeel is dat je sneller ideeën in de tool gooit, laat uitwerken en vervolgens laat liggen. Zonde van de tijd en de tokens. Met praktische AI-workflows voorkom je dat je half uitgewerkte blogs ergens in de chats van je AI-tool laat liggen.

Hoe het er nu in de praktijk vaak uitziet

In veel marketingteams werkt iedere collega met zijn eigen verzameling losse prompts. Wat goed werkte sla je op in je notities-app of in een Word-document. Of zet je in een CoPilot agent  of Claude project. De volgende keer zoek je het terug, kopieert het en past het aan. Een week later zoek je weer en weet je niet meer of die prompt nu in OneNote of in een mapje op je bureaublad stond. Of je zoekt in je chats, raakt afgeleid en begint opnieuw.

Herkenbaar? Omdat AI nog zo nieuw is hebben veel mensen nog niet een duidelijke workflow om ermee te werken.  Elke opdracht voelt als een nieuw begin. Je geheugen is het systeem en je geheugen is wisselvallig. Wanneer een collega een goede prompt heeft, blijft die vaak  hem of haar hangen, want er is geen plek waar jullie elkaars werk eenvoudig kunnen vinden. Omdat AI geen standaard deel van het werkoverleg is vraag je er wel eens naar maar blijft dat ook vaak hangen.

Het effect: je gebruikt AI wel, maar je haalt nog lang niet het maximale eruit. Je hebt een tool die in theorie consistent uitstekend werk levert, en in de praktijk lever je werk dat per week verschilt omdat je elke keer opnieuw improviseert.

Hoe een werkende workflow eruitziet

In teams die een werkende AI content workflow hebben opgezet, ziet het er een stuk overzichtelijker uit. Je opent een gedeelde plek met je templates en prompts. Voor het type content dat je gaat maken, ligt de briefing al klaar. Je vult de specifieke details in en zet de tool aan het werk. De output volg je langs een vaste check-volgorde voordat je publiceert.

Het verschil is in 3 dingen zichtbaar. De kwaliteit van de output is hoger, omdat je niet meer afhankelijk bent van wat je je toevallig herinnert. Je werk gaat sneller, want je weet waar de instructies staan die je nodig hebt en waar je de checklists voor publicatie kan vinden. En je collega’s bouwen op jouw werk verder, omdat goede prompts en briefings op een gedeelde plek staan in plaats van in iemands hoofd.

De vier bouwstenen van een AI content workflow

De vier bouwstenen vormen samen een systeem. Elk onderdeel staat op zichzelf, maar ze versterken elkaar wanneer je ze samen toepast.

  • Een briefing-template per contenttype, zodat je elke keer dezelfde vragen stelt voordat je begint.
  • Een promptbibliotheek met categorieën, zodat je nooit meer een prompt vanaf nul opbouwt.
  • Een vaste check-volgorde voor de output, zodat je consequent dezelfde kwaliteit oplevert.
  • Een ritme om het systeem te onderhouden, zodat het meegroeit met wat je leert.

Hieronder lees je wat in elke bouwsteen hoort en hoe je hem opzet.

Bouwsteen 1: een briefing-template per contenttype

Een briefing-template is een korte structuur waarmee je voor elke opdracht dezelfde vragen beantwoordt voordat je AI inzet. Voor wie schrijf je het? Wat is de aanleiding? Wat moet de tekst opleveren? Meer over deze vragen en hoe je ze inzet lees je in deze blog het KADO-model. Door ze elke keer te beantwoorden, voed je je AI-tool met genoeg context om in één keer een bruikbare versie te leveren.

Maak één template per contenttype waar je regelmatig mee werkt. Een template voor blogs, één voor LinkedIn-posts, één voor nieuwsbriefberichten etc. Hoe specifieker per contenttype, hoe minder je achteraf hoeft bij te werken. Sla de templates op in een gedeelde plek waar iedereen in je team ze kan vinden en aanpassen.

Bouwsteen 2: een promptbibliotheek met categorieën

Een promptbibliotheek is een verzameling beproefde prompts die je team in de praktijk heeft uitgeprobeerd. Geen losse stukjes tekst in een notitie, maar een gestructureerde lijst die je doorzoekbaar maakt. Een Notion-pagina, een gedeeld document of een wiki werkt prima. Belangrijk is dat de bibliotheek vindbaar is en dat collega’s prompts eraan kunnen toevoegen.

Werk met categorieën die bij jouw werk passen. Voor de meeste marketeers werkt een indeling per contenttype goed: blogs, social posts, e-mails, persberichten en research. Per prompt noteer je drie dingen:

  • Waar de prompt voor is bedoeld.
  • De prompt zelf, klaar om te kopiëren.
  • Een korte aantekening over wat hij goed doet en waar je op moet letten.

In trainingen merk ik dat marketeers in het begin huiverig zijn om hun prompts te delen. “Mijn prompt is niet goed genoeg” of “ik heb hem nog niet af gemaakt.” Wat ik dan zeg: een onaffe prompt die in de bibliotheek staat, is meer waard dan een perfecte prompt in iemands hoofd. De bibliotheek is geen showcase, het is een werkomgeving.

Bouwsteen 3: een vaste check-volgorde voor de output

AI levert je een eerste versie. Wat je daarna doet, is essentieel of je kwaliteit levert of generieke content online zet. De meeste marketeers redigeren op gevoel, wat betekent dat ze de ene keer wel checken op feiten en de andere keer alleen de toon aanpassen. Een vaste check-volgorde zorgt ervoor dat je constant de kwaliteit levert waar jij en het bedrijf voor staan.

Een werkbare check-volgorde voor de meeste contenttypes:

  • Klopt de inhoud feitelijk? Check namen, getallen en bronnen, ook als ze er overtuigend uitzien.
  • Klinkt het naar jouw merk? Lees de tekst hardop en haal AI-clichés eruit.
  • Voegt het iets toe dat alleen jij kunt toevoegen? Een eigen voorbeeld, een persoonlijke observatie, een concrete klantcase.
  • Past het bij het kanaal? Een blog vraagt andere opbouw dan een LinkedIn-post.

Vooral het eerste punt is belangrijker dan veel marketeers denken. Verzonnen feiten verstoppen zich gemakkelijk in vlot geschreven tekst. In mijn blog over AI hallucinaties lees je waar je vooral op moet letten en hoe je deze patronen herkent.

Bouwsteen 4: een ritme om het systeem te onderhouden

Een workflow die je in januari opbouwt en daarna laat staan, verliest snel zijn waarde. AI-tools veranderen, je werk verandert en je ontdekt onderweg betere prompts. Zonder ritme van onderhoud verzakt het systeem en val je terug in losse pogingen.

Twee momenten per maand zijn meestal genoeg. Eén kort moment per week om nieuwe prompts toe te voegen of bestaande te verfijnen, ongeveer tien minuten op een vast tijdstip. En één moment per maand om met je team kort de bibliotheek door te lopen en te kijken wat er beter kan. Niet langer dan een halfuur.

Belangrijk: maak één persoon eindverantwoordelijk voor het systeem. Niet om alles zelf te doen, maar om te bewaken dat het ritme niet wegvalt. Zonder eigenaar verzandt elke gedeelde structuur na een paar weken.

Waar begin je?

Je hoeft niet alle vier de bouwstenen tegelijk op te zetten. Begin met bouwsteen 1 en 2 in een halve dag. Schrijf één briefing-template voor het contenttype waar je het vaakst mee werkt en zet vijf van je beste bestaande prompts in een eenvoudig overzicht. Dat is genoeg om de eerste week te merken dat het werkt. Of dit überhaupt past bij hoe jij werkt, kun je toetsen aan het AI-kompas. Lost een workflow een concreet probleem op, past het in je manier van werken en levert het tijd op die je daadwerkelijk anders besteedt? Drie keer ja en je gaat aan de slag.

Bouwsteen 3 voeg je toe wanneer je merkt dat je redactie soms te kort schiet. Bouwsteen 4 introduceer je wanneer je workflow zo waardevol wordt dat je hem niet kwijt wilt raken. Niet elke fase past bij elk team, en niet elke workflow heeft alle vier nodig. Wanneer je twijfelt of een onderdeel wel iets toevoegt, lees je mijn blog over wanneer je AI niet moet gebruiken.

Veelgestelde vragen

Voor de eerste versie van bouwsteen 1 en 2 reken op een halve dag. Daarna werkt het systeem direct, ook als het nog niet af is. De overige bouwstenen voeg je toe wanneer je merkt dat je ze nodig hebt. Dat groeit organisch over een paar weken in plaats van in één marathon-sessie.

Ja, misschien juist daar. Een solo-marketeer of zelfstandige heeft geen collega om over schouder mee te kijken, dus is een eigen systeem nog belangrijker. Het verschil met een team-workflow zit in de schaal: een eenvoudig document of Notion-pagina is voor één persoon vaak genoeg. Een wiki met categorieën komt pas in beeld vanaf vier of vijf gebruikers.

Wat je team al gebruikt is bijna altijd het juiste antwoord. Notion werkt prima, maar Google Docs, een SharePoint-pagina of een eenvoudige wiki werken ook. Belangrijker dan de tool is dat de bibliotheek vindbaar is, dat collega's er eenvoudig aan kunnen toevoegen en dat je hem op één plek hebt. Een tweede tool gebruiken voor je workflow vraagt namelijk weer onderhoud.

Dan zit je in een stadium waar het nuttig is om met je team te kijken naar de voorkant van je workflow: hoe je vragen stelt, welke briefingstructuur je hanteert. Vaak zit het verschil daar, en niet in de prompts zelf. Wanneer mensen vanuit verschillende uitgangspunten dezelfde prompts gebruiken, krijgen ze ook verschillende output.

Meer blogs lezen

AI content workflow

AI content workflow

Je begint met schrijven aan een nieuwe blog. Ai-tool erbij en je begint de instructie te geven. Halverwege twijfel je,...
Lees meer →